ventilatie_met_warmterecuperatie.jpg 17-07-2014 · Ventileren en isoleren zouden hand in hand moeten gaan, zowel bij nieuwbouw als renovatie. Technisch gezien blijven beide echter tegenstrijdig: bij isolatie komt het erop neer de uitwisseling van warmte en lucht tussen het beschermde volume en de buitenwereld zo veel mogelijk te beperken, terwijl bij ventilatie net naar voldoende luchtverversing wordt gestreefd. In dat laatste geval ontsnapt samen met de lucht echter ook een aanzienlijke hoeveelheid warmte naar buiten. 

Om deze beide tegenstellingen te verzoenen, spreken we niet langer van gewone “verluchting” (waarbij de lucht circuleert via kieren en spleten), maar van “gecontroleerde mechanische ventilatie met warmteterugwinning”. Elk woord is belangrijk. “Mechanisch” betekent dat de lucht niet langer wordt ververst via luchtlekken of natuurlijke trek, maar door een gemotoriseerd systeem dat lucht aanvoert of afvoert. “Gecontroleerd” houdt dan weer in dat het debiet gekend is, beperkt wordt tot wat nodig is en eventueel gemoduleerd wordt in functie van een parameter die te maken heeft met de luchtkwaliteit: CO2-sensor, vochtsensor of aanwezigheidsdetector. “Warmteterugwinning” wijst op het feit dat de lucht uit een gebouw moet kunnen ontsnappen, maar niet de warmte.

Hoe gebeurt de warmteterugwinning? 
In ventilatiesysteem D (mechanische toevoer van verse lucht en mechanische afvoer van vervuilde lucht via ventilatoren) kruisen de twee luchtstromen (afgevoerde vervuilde lucht en aangevoerde verse lucht) elkaar in een warmtewisselaar die de warmte van de afgevoerde lucht kan overdragen, uiteraard zonder dat beide luchtstromen fysiek in contact komen. 
Bij ventilatiesysteem C (natuurlijke aanvoer van verse lucht via roosters en mechanische afvoer van vervuilde lucht via ventilatoren) kan tegenwoordig de warmte uit de afgezogen lucht gerecupereerd worden door de lucht bijvoorbeeld door een warmtepomp te laten passeren om daar te recupereren. Die warmte wordt dan gebruikt om het sanitair water dat in een opslagvat zit, op te warmen. Op deze manier profiteren de ruimtes van de woning niet rechtstreeks van de teruggewonnen warmte aangezien die niet opnieuw in de woning wordt geblazen. De centrale verwarming zal de verloren warmte dus nog steeds moeten compenseren. Maar, het sanitair water wordt aan een zeer lage kost opgewarmd. De warmteterugwinning vertaalt zich voor de gebruiker dus vooral in een lagere energiefactuur. 

Systeem C biedt een belangrijk voordeel: de installatie is relatief eenvoudig door het beperkte buizennetwerk, en is dus ook mogelijk bij renovatie. Systeem D daarentegen kan bijna uitsluitend in nieuwbouwprojecten of bij zeer grondige renovaties geïnstalleerd worden.

Meer informatie over warmterecuperatie bij ventilatie vind je in beter bouwen & verbouwen nr. 299 van mei 2014.

Tekst: Patrick Bartholomé
© Zehnder